| |
Geschiedenis van de Tango

Argentijnse Tango is ruim honderd jaar geleden ontstaan in Buenos Aires en Montevideo. Arme immigranten maakten muziek, en muziektradities uit Italië, Spanje en Oost Europa vermengden zich met inheemse Zuid Amerikaanse muziek. Nadat de bandoneon, dat weemoedig klinkende instrument dat oorspronkelijk bedoeld was als draagbaar kerkorgel, als vast instrument was opgenomen in de tangomuziek ontstond langzamerhand de weemoedige sensuele muziek die tango werd genoemd. Mensen dansten op tangomuziek. Ontstaan in de sloppenwijken en volkswijken werd de tango ook steeds populairder bij de gegoede klasse. Na de eerste wereldoorlog, tussen 1915 en 1920, werd de tango enorm populair in veel Europese hoofdsteden. Parijs voorop.
|
De eerste tangomuziek wordt gespeeld door kleine bezettingen, trio's. De "oude garde", de guardia vieja speelt een 2/4 maat verdeeld in achtste noten, die beetje bij beetje een 4/4 maat wordt. De dans speelt hier vlekkeloos op in en de formaties worden ook groter. Er worden sextetten en hele tango-orkesten gevormd. (orchesta típica) De kern van de tango is van alle tijden: Argentijnse tango gaat over de interactie tussen twee mensen, over sensualiteit, armoede, spanning en creativiteit, soms over geluk of het zoeken naar geluk, over dansen op en met gevoel en muziek. |
|
| | |
|